![]() Leusden heeft dankzij de tabaksteelt vooral eind 17e en begin 18e eeuw een bloeiperiode gekend. De enorme droogschuren van soms meer dan 90 meter lengte hebben het landschap gedomineerd maar zijn nu allemaal verdwenen. In het midden van de 17e eeuw begon een periode met lage prijzen voor de meeste landbouwproducten. De tabaksteelt maakte juist een snelle expansie door, om rond 1700 haar hoogtepunt te bereiken. De Gelderse Vallei werd een van de belangrijkste tabaksgebieden van ons land. Dat hing voor een deel samen met natuurlijke omstandigheden, zoals de gunstige bodemgesteldheid en het klimaat, maar ook met het aanwezige arbeidsoverschot en de goede verbindingen. Deze bloeiperiode heeft echter weinig sporen achtergelaten. In Leusden herinneren nu nog de Tabaksteeg en het Benjamin Cohenpad aan deze teelt. Het Cohenpad is naar de schatrijke tabaksteler Benjamin Cohen genoemd. Hij was eigenaar van De Busaert, een boerderij gelegen vlakbij De Meent. De Tabaksteeg, een verbinding tussen Leusden-Zuid en de Hamersveldseweg, loopt vlak langs de boerderij De Zuidwind (Hamersveldseweg 146). Deze boerderij, de zuidelijkste boerderij van Hamersveld, is in 1708 door de uit Duitsland afkomstige Helmich Warneke gekocht. Helmich Warneke heeft in de eerste decennia van de 18e eeuw een vermogen verdiend in de tabaksteelt. Warneke, een rijke boer uit Duitsland, had echter moeite om zich aan te passen aan de zeden en gewoonten van Hamersveld. Zo maakte hij een eind aan een doorgaande route die langs zijn boerderij liep door een hek dwars over het pad te plaatsen. Onduidelijk is of hiermee de Tabaksteeg of de Hekkersteeg (zo heette tot 1949 het deel van de Hamersveldseweg gelegen tussen de boerderij De Zuidwind en Leusbroek) wordt bedoeld. Verder verzuimde hij zijn plicht als heemraad door zijn eigen landerijen buiten de schouw te houden. Bovendien weigerde hij als heemraad af te treden toen zijn ambtstermijn was verstreken. Mede door deze gebeurtenissen werd hij door zijn dorpsgenoten gehaat en is na zijn dood in 1729 als spook de plaatselijke geschiedenis ingegaan. Hij verscheen immers op zijn eigen dodenmaal. Een citaat: "Hem die men zojuist in de kerk (van Oud-Leusden) ter aarde had gelaten en van wie men zoëven voorgoed afscheid had genomen, zag men zijn hoofd over de onderdeur steken, maar wat was hij schielijk veranderd: zijn hoofd was helemaal zwart, in plaats van zijn ogen zaten twee kooltjes vuur en hij had zowaar puyp nog in de mond, maar de kop was roodgloeiend. Dat het achter de rij eikenbomen aan de Langesteeg daar bij het Zuidwindse bos 's zomeravonds nooit helemaal koel wordt, is ook geen zuivere koffie, en als men daar in het donker langskomt, hoort men het ritselen in het bos, dat is Warneke, die daar rondspookt, zijn boze ziel kan geen rust vinden". Bronnen: - Erfgoed van Leusden, Historisch Leusden in vogelvlucht; Stichting Leusden Promotie, 1999 - Leusden - Geschiedenis en architectuur; Monumenten- inventarisatie Provincie Utrecht, 1998 |


